«Helder taalgebruik in een verrassend beeldende literaire stijl.» – Wim Rutgers

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere in Antilliaans Dagblad, 14 mei 2022:
(…) Irma is op weg naar wraak wegens een feit uit het verleden, jaren en jaren terug. Het brengt haar van Curaçao naar Sint Maarten, waar ze – begin september 2017 – in de hevige orkaan Irma terechtkomt. Zoals het mikado uit de ondertitel van de roman een behendigheidsspel is om uit de chaos van willekeurig neergeworpen stokjes steeds één stokje te pakken zonder de andere aan te raken, zo weet ook Irma dat elke fout fataal kan zijn. Irma Weever is kind op Curaçao van uit Suriname afkomstige ouders. Ze ontmoet op haar middelbare school, het MIL, de van Bonaire afkomstige Paul Fadel. Het leidt tot een hechte vriendschap, met een donker randje. (…) De rode daad van wraak, gebaseerd op veronderstelde gevoelens van achterstelling, zelfs vernedering, bij zowel Irma als Paul, krijgt zijn context in tal van over tijd en ruimte verspreide bijzonderheden. (…) Aanwijzingen die aanvankelijk raadselachtig zijn, maar gaandeweg contouren krijgen, wijzen vooruit naar wat later in het verhaal zal gebeuren. De alwetende verteller houdt de verhaallijntjes strak in de hand en voorziet die met tal van details die de vlot lezende taalvorm van de ervaren journalist demonstreren met helder taalgebruik in een verrassend beeldende literaire stijl die uitnodigt tot citeren: “De tambú sloop op blote voeten langs de stilte.” (…)
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

Annel de Noré – Berichten uit het verleden. Pemba doti. Roman

Opmaak 1Annel de Noré
Berichten uit het verleden / Pemba doti

roman
Nederland, Suriname
gebrocheerd in omslag met flappen,
260 blz., € 19,50
ISBN 978-94-93214-27-9
eerste uitgave juni 2022

Berichten uit het verleden. Pemba doti van Annel de Noré is een intrigerende en verontrustende roman, die zich op verschillende wijzen laat lezen en duiden – wat nu juist zijn kracht uitmaakt. Dit is te danken aan de sterke, ingetogen poëtische en rake maar niet al te nadrukkelijke stijl van De Noré, aan de constructie én de tekening van de personages. In de roman staat een episode in het leven van Dorothy centraal, waarin zij onder grote druk staat: zij is alleenstaande moeder maar werkt als boekhouder heel hard in een bedrijf. Als haar meerdere Errol haar voor de zoveelste keer vraagt op een vrijdag over te werken, gaat zij schoorvoetend – maar met tegenzin – akkoord.

Dan ontvangt ze op haar werkaccount mails van een haar onbekende, die zichzelf Maya Pritip noemt. De mails nemen steeds indringender en intimiderender vormen aan, en gaan algauw over in regelrechte, onverholen dreigementen. Op een gegeven moment herinnert Maya Pritip Dorothy aan een voorval van exact 17 jaar geleden: op vrijdag 3 maart 2000, tussen 11 en 12 uur ’s morgens, vond er iets plaats waar zij nú verantwoording voor zou moeten afleggen.

Berichten uit het verleden ontspint zich tot een ijzingwekkende psychologische thriller, maar mogelijk ook een parabel of een geëngageerde roman. Is Dorothy psychisch bezweken onder de druk en uitputting, en is zij zwaar overspannen geraakt? Lijdt zij aan waandenkbeelden, draait zij door? Of heeft iemand ‘uit het verleden’ het werkelijk op haar gemunt, en is diegene uit op genoegdoening, op wraak? Maar welk perspectief is betrouwbaar?

Het taalgebruik van Dorothy draagt bij aan de vervreemding en spanning (tot het eind) van deze roman. Dat is de verdienste van de vertelkunst en de talige stijl van De Noré. Ook de lezer voelt zich, mét Dorothy, beklemd.

Annel de Noré werd in 1950 geboren in Paramaribo en woont vanaf 2000 hoofdzakelijk in Nederland. Haar alom geprezen debuutroman De bruine zeemeermin uit 2000 is ‘het beste Caraïibische debuut sinds Bea Vianen en Astrid H. Roemer’ genoemd. Verder verschijnen bij Uitgeverij In de Knipscheer de verhalenbundel Het kind met de grijze ogen, de roman Stem uit duizenden en de verhalenbundel Vers vlees oud bloed, genomineerd voor de Halewijnprijs 2017. In 2019 komt haar grote roman Lambarosa uit: ‘Zo beeldend en weerzinwekkend beschreven dat je het boek niet kan wegleggen. In het derde deel van de roman komen de eerste twee gedeelten op mysterieuze wijze samen. Het is een filosofisch stuk over de omgang met onzekerheden. Als lezer word je meegesleurd door het verhaal, de sfeer en de beklemmende emoties van de hoofdrolspelers.’ (Estefanía Pampín Zuidmeer in La Chispa). In 2021 verrast zij met haar poëziedebuut Exit, waarover Arjan Peters schrijft: ‘Bijna montere poëzie dankzij dansende ritmiek, klankrijke woorden en scheppingsvreugde.’
Meer over ‘Berichten uit het verleden. Pemba doti’
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Marius Atmoredjo vertaald in het Indonesisch

VoorplatLoslaten-75Uit ‘Loslaten zullen ze nooit meer’ van Marius Atmoredjo op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 4 april 2022:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 4 april 2022 het gedicht ‘Djati kast’ uit de bundel ‘Loslaten zullen ze nooit meer’ geplaatst in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars. In deze almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters zijn inmiddels honderden gedichten in vertaling opgenomen.
Lees hier het betreffende fragment in het Nederlands en in het Indonesisch
Meer over ‘Loslaten zullen ze nooit meer’
Meer over Marius Atmoredjo bij Uitgeverij In de Knipscheer

Marius Atmoredjo presenteerde eerste Surinaams-Javaanse dichtbundel

VoorplatLoslaten-75Over ‘Loslaten zullen ze nooit meer’ van Marius Atmoredjo op Caraïbisch Uitzicht, 23 maart 2022:
Op zondag 20 maart j.l. vond in het Indisch herinneringscentrum Bronbeek de presentatie plaats van ‘Loslaten zullen ze nooit meer’, debuutbundel van Marius Atmoredjo en de eerste dichtbundel van een Surinaamse Javaan die ooit bij een uitgeverij (In de Knipscheer) uitkwam. De tekeningen in de bundel zijn van Robert Bosari.
Klik hier voor fotoreportage van Marijke Wirokarto
Meer over Marius Atmoredjo bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Marius Atmoredjo op Caraïbisch Uitzicht

Marius Atmoredjo – Loslaten zullen ze nooit meer. Gedichten

VoorplatLoslaten-75Marius Atmoredjo
Loslaten zullen ze nooit meer

gedichten
Suriname
met illustraties van Robert Bosari
eindredactie Michiel van Kempen
gebrocheerd in omslag met flappen,
52 blz., € 16,50
ISBN 978-94-93214-70-5 NUR 306
eerste uitgave maart 2022

De gedichten in Loslaten zullen ze nooit meer zijn geïnspireerd door de verhalen van zes generaties Javanen in diaspora. Die verhalen beginnen bij de tewerkstelling van de overgrootmoeder van de dichter, wanneer zij als contractarbeider vanuit Java in Suriname aankomt en gaan daarna over haar kinderen en kindskinderen die in Suriname en Nederland wonen. De moeder van de dichter, Marie Atmoredjo, vertelde haar kinderen die verhalen in de avonduren voor het slapen gaan. Zij hebben in sterke mate de verbeeldingskracht van de dichter gevormd.
De kunstenaar Robert Bosari voorzag elk van de twintig gedichten gedicht van een fraaie tekening in zwart-wit.

Wij kenden elkaars wortels
en meer dan dat
de betekenis van de kleine witte bloem
die zij zo lang draagt
in een knop, melati

Marius Atmoredjo, geboren in 1959 in Lelydorp, Suriname, woont vanaf 1980 in Nederland. Hij heeft zich jarenlang ingezet als vrijwilliger in het sociaal-culturele werk ten behoeve van de Surinaams-Javaanse gemeenschap in Nederland. En in de loop van de jaren dienden zich de gedichten aan die hier zijn samengebracht, indringende poëzie met vaak verrassende beelden. Deze debuutbundel is een welkome bijdrage aan het tot op heden bescheiden corpus van de Surinaams-Javaanse literatuur.

«De Surinaamse geschiedenis in de Nederlandstalige poëzie.» – Louis Smit

VoorplatRoemerBloemlezing-75Over ‘Ik ga strijden moeder’ van Astrid H. Roemer voor NBD/Biblion, 9 maart 2022:
(…) De gedichten, in totaal zo’n 80, zijn bij elkaar gebracht uit eerdere bundels en literaire tijdschriften. Verscheidene gaan over de zwarte Surinamer die zich niet thuis voelt in Nederland en de ‘roze blagen die mij om mijn huidskleur plagen’. Andere gaan over liefde en andere ontroerende onderwerpen. De gedichten hebben kracht, maar krijgen vooral kleur als ze worden voorgedragen, zoals bleek bij podiumoptredens van de schrijfster. (…) In zijn verhelderende inleiding gaat de samensteller Koos van den Kerkhof) in op de aandacht voor het slavernijverleden in het werk van Roemer. De bundel zal vooral in de smaak vallen bij mensen die geïnteresseerd zijn in de invloed van de Surinaamse geschiedenis in de Nederlandstalige poëzie.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Ik ga strijden moeder’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

« * * * * Authentieke, strijdbare en ontroerende poëzie.» – Ko van Geemert

VoorplatRoemerBloemlezing-75Over ‘Ik ga strijden moeder’ van Astrid H. Roemer in Parbode, februari 2022:
De vele malen bekroonde Astrid H. (Heligonda) Roemer (Paramaribo, 1947) kwam de laatste tijd vaak in het nieuws door haar uitspraken over Desi Bouterse. Hier hebben we het gelukkig weer over waar het toch in eerste instantie om gaat: haar werk, en om preciezer te zijn: haar poëzie. Roemer is allereerst bekend als auteur van romans, maar haar gedichten maken een belangrijk onderdeel van haar oeuvre uit, ze debuteerde zelfs met poëzie, met de bundel ‘Sasa: mijn actuele zijn’, in 1970, onder het pseudoniem Zamani. (…) Onlangs verscheen de bloemlezing ‘Ik ga strijden moeder’, ondertitel: ‘gekozen gedichten’, gekozen uit haar bundels, maar ook uit allerlei tijdschriften. De keuze (80 gedichten) is gemaakt, in- en uitgeleid door de half november overleden dichter Koos van den Kerkhof. (…) Terug naar de poëzie, en specifiek naar de wat minder bekende ‘verspreide gedichten’, die vanaf 2015 in diverse tijdschriften verschenen. Een paar citaten: ‘Zet mijn gedachten in de week / bleek ze / wring ze uit de herinneringen / wil geen nattigheid en niets wat druppelt’. (…) De laatste woorden van het laatste gedicht (over haar moeder) in deze bundel: ‘Wij moesten jou begraven in stromende regens. / De zonnigste vrouw. / Ik blijf aan jou denken als warm licht in mij / Leven. / Ik houd van jou.’ Kort samengevat: authentieke, strijdbare en ontroerende poëzie. In de Verantwoording noemt Van den Kerkhof het samenstellen van een dergelijke bloemlezing ‘monnikenarbeid’. We zijn verheugd dat hij zich daaraan gezet heeft en dat uitgeverij In de Knipscheer dit monnikenwerk heeft uitgegeven.
Lees hier de recensie of hier
Meer over ‘Ik ga strijden moeder’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een mooi overzicht van haar werk.» – Hilde Neus

VoorplatRoemerBloemlezing-75Over Ik ga strijden moeder van Astrid H. Roemer in De Ware Tijd Literair van
weekendeditie van 14 t/m 16 januari 2022:
De bundel van Roemer is bezorgd door Koos van den Kerkhof. (…) Van den Kerkhof geeft in zijn inleiding een wandeling door haar werk, vanaf ‘Sasa, mijn actuele zijn’, waarin haar jeugdpoëzie is verzameld (1970). Uit deze bundel komt een gedicht, getiteld ‘voor mama’ waarin de laatste regel van elke strofe is: ‘ik ga strijden’. Dit heeft de basis gelegd voor deze verzameling, onder de titel: ‘Ik ga strijden moe[1]der’. Voor Astrid. H. Roemer is haar moeder vanaf het begin een belangrijke inspiratiebron geweest en gebleven, en steeds weer spreekt uit haar werk haar grote, tedere liefde voor de vrouw die haar heeft gebaard. Daaraan zijn nauw gekoppeld de thema’s vrouw -zijn, bloed, het gehele leven zelf. (…) Aanvankelijk snijdt Roemer thema’s aan als afscheid, toekomst, of de ziel van de immigrant. Deze vloeien later over in onderwerpen als etniciteit en vrijheid, uitgedrukt in beschouwingen over het slavernijverleden. Ook de lesbische liefde en katten zijn belangrijke elementen. (…) Van den Kerkhof roemt het muzikale in haar werk en haalt het begrip ‘vertelbeeld’ aan. (…) Vertelbeeld is het uitgaan van een kernzin, die steeds in andere bewoordingen terugkomt en zo steeds beter determineert wat er gezegd moet worden. Dit is een spelen met taal, maar ook het uiterste er uit halen. Voorbeelden worden geschetst aan de hand van Roemers poëzie, maar ook duidelijk gemaakt door fragmenten uit interviews en beschouwingen over haar werk toe te voegen. (…) De laatste woorden (uit verspreide gedichten) in het boek zijn, hoe kan het anders, een ode aan haar moeder.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Ik ga strijden moeder’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ademloze aaneenrijging van sferen, klanken, woorden.» – Peter Vermaat

VoorplatRoemerBloemlezing-75Over ‘Ik ga strijden moeder’ van Astrid H. Roemer op MeanderMagazine, 10 januari 2022:
(…) Al in haar eerste bundel, die ze in 1970 onder het pseudoniem Zamani publiceerde, gebruikt Astrid H(eligonda) Roemer naast het Nederlands ook Sranantongo, een voornamelijk in Suriname gesproken creooltaal. Ook al beheers je die niet als lezer, de muzikaliteit van de dichter blijkt er duidelijk uit. (…) Het beste is ze op dreef wanneer ze klank en ritme kan verbinden met eindrijm, binnenrijm, zelfs acrostisch rijm en bovenal een bijna mantrische herhaling, zoals in ‘O dichter zonder nageslacht’, in 1990 gepubliceerd in De Gids. (…) Wanneer je begint te lezen, trekt het gedicht je naar binnen en dendert door tot de laatste punt. Pas na een aantal keren lezen besef je dat het gedicht als een paradox beschrijft hoe de dichter uiteindelijk zonder gedicht, ‘zonder nageslacht’ achterblijft. Het gedicht, waarvan je deel uitmaakt, materialiseert niet, hoezeer het als taalbouwwerk ook in elkaar grijpt, het blijft een bijna ademloze aaneenrijging van sferen, klanken, woorden. (…) Zij zingt. Vooral dat. Laat dat genoeg zijn.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Ik ga strijden moeder’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een groot deel van de thematiek raakt aan het onderscheid tussen huidskleur en afkomst. Indrukwekkend.» – Marjo van Turnhout

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere op Leestafel, 17 december 2021:
Irma Weever is een rationele, slimme vrouw. Ze is van Surinaams-Curaçaose afkomst. Toen ze drie jaar was verhuisden haar ouders naar Curaçao. Haar vader was werkzaam bij de Shell, haar moeder beheerde een eigen restaurantje, dat goed draaide. Zij wilden graag dat hun dochter het Lyceum zou doen op het eiland, om dan in Nederland te gaan studeren. (…) Als Paul, een Bonairiaan met Libanese wortels, haar maatje, vertelt ook naar Nederland te gaan, besluiten ze samen te gaan. (…) Als Paul haar zijn plannen uiteenzet (waarvan de lezers nog lang niet weten wat die inhouden) belooft ze hem haar hulp. Zij gaat rechten studeren in Amsterdam, hij doet biochemie in Nijmegen. (…) Zij wordt via verschillende omwegen een advocaat strijdend voor het onrecht dat mensen aangedaan wordt, hij een wetenschapper in de biochemie.
Zij weet dat het in de wereld niet zozeer gaat om de echte waarheid, maar om wie zijn argumenten het beste kan brengen. Hij beweert dat je de wereld niet aan anderen moet overlaten als je het ook zelf in de hand kan nemen. (…) Maar er is meer. Veel meer. (…) Een groot deel van de thematiek raakt aan het onderscheid tussen huidskleur en afkomst, maar er zijn ook ‘normalere’ zaken, die meer met de tijdsgeest te maken hebben: drugs, over de uitbuiting door Shell, over het leven op kamers in Amsterdam. En over de zelfstandigheid die Curaçao en Sint Maarten kregen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. (…) Je zou dit boek vaker moeten lezen om alles te kunnen doorgronden, want ook al valt op het einde veel op zijn plaats, vragen blijven er. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer